De Bosbeskapel
Home

Lezenswaardig

Van Pèsach naar Pasen
(Lopend Vuurtje - juli / augustus 2006)


Het Oude Testament (OT) is de waakhond die uitleg van het Nieuwe Testament voor vergeestelijking bewaart. Maar een waakhond die aan een eigenaardige ketting is gelegd, die hem ook woest en verwoestend kan maken. In deze geest heb ik gesproken op een inleiding voor de 50+groep in mei. Een samenvatting hiervan is elders in dit Lopend Vuurtje te vinden. Ik heb gepleit voor een eigensoortige waardering van het OT.

Eerste Testament
We kunnen verhalen uit het OT te letterlijk nemen. Dat doen we bijvoorbeeld, als we ook na Christus nog een heilige oorlog voeren, zoals El Qaida met Amerika, en de Israëli's met de Palestijnen elk op hun wijze doen. In feite tonen we daarmee nog voorchristelijk te leven. Maar we kunnen oudtestamentische verhalen ook te weinig letterlijk nemen. Dat doen de zogenaamde gnostici (geestverwanten van het Judasevangelie), die we binnen en buiten het christelijke erf aantreffen. Zij zien niet, dat de materiële schepping en de wet in wezen goed zijn en dat God beide wil redden.

Het OT speelt een onmisbare rol tussen de wijze waarop mensen veelal leven en de wijze waarop God daarmee volgens zijn evangelie omgaat. Maar die rol heeft een unieke ambivalentie. Naar mijn overtuiging moet de kerk deze rol zorgvuldig respecteren en aftasten, bijvoorbeeld in liturgie en verkondiging. Hieronder vindt u een voorbeeld van zo'n aftasting. Ik denk na over de manier waarop buiten de bijbel, in het OT en in het Nieuwe Testament, over 'leven na de dood' gesproken wordt. Ten opzichte van het geloof van de meeste volken is het oudtestamentische geloof een ontnuchtering en een bevrijding, die zelf ook ontnuchterd en bevrijd moeten worden.

Uitgeleid
Onder bijna alle volken rond het oude Israël leefde een sterk besef, dat we nog steeds aantreffen bij de meeste volken buiten het Westen: het besef dat de ziel onsterfelijk is. Zo meenden de oude Egyptenaren dat de ziel, bevrijd van het lichaam, begint aan een reis in geestelijke regionen. Met de roeping van Abraham begint iets nieuws. God kiest één volk uit, Hij stelt het apart, om daarmee een eigen geschiedenis te gaan, zodat dit volk langs deze weg op bijzondere wijze door God geleerd kan worden, en zo weer tot licht voor de volken wordt.

Als God Israël uitkiest, maakt God Israël ook los van voorstellingen over de dood die bij die volken leven.
We zien dan een volk van God ontstaan, dat de gedachte aan een onsterfelijke ziel en geestelijke werelden vrijwel geheel uit handen geslagen is. In Israëls geloof is het leven na de dood slechts een schim van wat het voor de dood is. Met name dankzij zijn godsdienst weet Israël zich helemaal bepaald bij dit leven. Eigenlijk is er geen ander leven, hier moet het gebeuren. God komt dit bestaan redden, zijn daden van bevrijding - bijvoorbeeld van Israël uit Egypte - zijn op dit leven gericht. De meeste westerlingen zijn, dankzij Israël en de kerk, erfgenaam van deze ingrijpende heroriëntatie in levensbeschouwing.

Doodlopende weg?
De heroriëntatie die via het oudtestamentisch geloof in de wereld en de wereldgeschiedenis is ingebracht, heeft echter een paradoxaal effect. Hoe meer de aandacht en de zorg op dit leven gericht wordt, hoe meer de dood, die er toch is, naar de rand van deze aandacht wordt gedrukt. Maar daar blijft hij wel staan. De dood is daar een bleke, grauwe zoom die al die zorg tot een tijdelijke onderneming maakt. Voor mensen persoonlijk blijft alle inzet voor de levensverbetering van dit leven omrand door een laatste vergeefsheid (Prediker). Ook aan het gezondste en geslaagdste leven komt toch een eind. Het Westen heeft deze paradox geërfd. 'Oog in oog met pijn, nood en schuld' roepen westerlingen. Het gaat over - als je je maar inzet. 'Ja, het gaat over', antwoordt de dood in een stoffig hoekje van het geweten. Het gaat allemaal over, of je je nu druk maakt of niet.
Welbeschouwd is Israël, uitgeleid uit de visie op leven en dood van de omliggende volken, in een grotere impasse gedreven dan die volken ooit waren. De dood mag dit leven niet ontwaarden, maar als alle kaarten op dit leven gezet worden, doet de dood dat juist in verhevigde mate. Het nieuwe geloof plaatst mensen met de rug tegen de muur van de dood - zoals Israël voor de rode zee kwam te staan. Immers, als omstandigheden een mens of volk dit leven onmogelijk maken, bijvoorbeeld door verdrukking of vervolging, is er geen uitweg meer, en dan is er niets meer. Er komt een nieuw alles of niets in het spel. Het Westen heeft ook dat geërfd. De meest radicale doorwerking van deze erfenis is in het Westen lange tijd uitgesteld, onder andere doordat de kerk het geloof in de onsterfelijkheid van de ziel op een bepaalde manier heeft vastgehouden. Maar vanaf het einde van de Verlichting is er geen houden meer aan. Dit leven met zijn materiële condities, daar moeten we alles uithalen, meer hebben we niet. En dan komt, in reactie, ook de visie van de volken terug: de onsterfelijke ziel en geestelijke regionen.

Het leven gaat door
Als we nu vanuit het OT naar het evangelie gaan, zien we dat het geloof van het oude Israël daar niet wordt teruggebogen in het spoor van de volken, maar wordt doorgetrokken in de lijn die in het OT is uitgezet. Daarbij wordt het verlost van wat het tenslotte verlamt. Het wordt doorgetrokken precies op het punt waar het doodloopt. Als de dood geen enkele ontwaarding van dit leven mag geven, zoals Israël van God leerde, is er nog maar één oplossing: dit leven moet door de dood heen. Precies dat is in de opstanding van Jezus gebeurd. Zijn aardse, lijfelijke leven is gered, voorgoed gered: in een bestaan zonder doodsgrens.
Daarom begint er na Pasen geen reeks verhalen over een hogere geestelijke wereld waarnaar Christus opgevaren is en waar ook wij heen kunnen. Iets dergelijks is in het Nieuwe Testament niet te vinden. Na Pasen en Hemelvaart worden we heel snel terugverwezen naar Jezus' aardse leven. Dat leven is opgestaan, op dat leven komt het aan, dat is gered. Nu kan het lijflied van het Westen helemaal uitgezongen worden. Op het behoud van dit leven komt het inderdaad aan.

Nico den Bok

Vorige hoofdartikelen kunt u hieronder lezen:

Nieuw evangelie ontdekt (juni 2006)