De Bosbeskapel
Home

Lezenswaardig

Geloven in een God die niet bestaat

Twee jaar geleden kwam de Zeeuwse predikant Klaas Hendrikse in de publiciteit door een interview in het dagblad Trouw, waarin hij zich al bekendmaakte als atheïst. In november 2007 kwam er een boekje van hem uit onder de titel 'Geloven in een God die niet bestaat; Manifest van een atheïstische dominee'. Het boekje riep en roept nogal wat commotie op. De voorzitter van de synode, ds. Gerrit de Feiter, reageerde niet even handig, net zomin als de scriba, ds. Bas Plaisier dat deed. Wat staat er nu eigenlijk in dat 'atheïstisch manifest' van Hendrikse? Is dat wel zo revolutionair als men ons wil laten geloven?

Klik op afbeelding voor vergroting

Geloof en atheïsme gaan wel samen
Een onmogelijke combinatie ben je geneigd te zeggen: 'geloof en atheïsme, ze gaan niet samen.' Klaas Hendrikse probeert in zijn boek duidelijk te maken hoe dat volgens hem wel kan. Eigenlijk draait alles bij hem in eerste instantie om het woordje 'bestaan'. Op grond daarvan noemt hij zich namelijk 'atheïst'. Maar dan gebruikt hij dat woord (atheïst) wel in een wat andere betekenis dan gebruikelijk is. Een echte atheïst zal niet alleen het bestaan van God betwisten/ontkennen, maar zal ook zeggen dat hij niet gelooft. Hendrikse neemt alleen het eerste voor zijn rekening en niet het tweede. Hij noemt zichzelf tenslotte 'gelovig'.
Het boek begint met een 'Kennismaking' en daarin maakt hij al direct duidelijk wat zijn eigenlijke punt is, als het gaat over het niet-bestaan van God. Hij zegt daar namelijk dat het woord 'bestaan' niet van toepassing is op God. God bestaat niet zoals een kopje of een appeltaart bestaat. Zo geformuleerd zal iedereen het met hem eens zijn. Nee, op die manier bestaat God niet. 'Bestaan' heeft hier de betekenis van 'kunnen zien', en 'kunnen aanraken'. En dat is bij God niet het geval.
Het woord 'bestaan' is dan eigenlijk ook een erg ongelukkig woord, zou ik willen zeggen. Toch ben je er ook niet met te zeggen dat je het woord 'bestaan' metaforisch moet opvatten, zoals recent door VU-theologen bepleit werd. Dan zou je het woord 'bestaan', wanneer voor God gebruikt, steeds tussen aanhalingstekens moeten zetten. Dat schiet ook niet op, en wekt bij gelovigen verwarring. Alsof God geen realiteit is, waar mensen hun vertrouwen op kunnen stellen.
In de theologie wordt niet met één woord ('bestaan') gesproken, maar met twee. Daar functioneren de begrippen 'verbergen' en 'openbaren'. Die begrippen kunnen worden begrepen, als we daar een andere begrippenpaar bij betrekken: hemel en aarde. Verbergen hoort bij hemel, zoals openbaren bij aarde hoort. God woont in het verborgene, de hemel. Hij openbaart zich (d.i. Hij laat zich zien) aan mensen op aarde. De gelovige begrijpt direct dat 'Hij laat zich zien' niet letterlijk bedoeld is. Wat met dit alles duidelijk wordt, is dat het gebruik van allerlei woorden voor en bij God nog niet zo eenvoudig is. Misverstanden liggen hier al snel op de loer. Daar profiteert Hendrikse van. Probleem is wel dat hij de ene keer heftige kritiek levert op een woord (zoals 'bestaan'), waar hij een andere keer een woord als God blijft gebruiken. Dat woord blijft toch, hoe je het ook wendt of keert, de betekenis van 'een persoonachtig wezen' houden. Dat is ten slotte het beeld dat een lezer in de Bijbel op elke pagina ontmoet.

God is geen wezen
Het probleem zit bij Hendrikse echter niet alleen vast op het 'niet bestaan van God', maar ook op God zelf. Al eerder gaf prof. dr. Frits de Lange (ethiek PTU Kampen) aan dat hij niet meer gelooft in God als een bovennatuurlijk, persoonlijk Wezen die in de hemel woont. Ook Hendrikse neemt (na mensen als Frits de Lange en Gerrit Manenschijn) van deze Godsvoorstelling rigoureus afstand, waar hij wel aan het woord 'God' wil blijven vasthouden. Hij noemt het 'het eeuwenoude misverstand (het is namelijk gewoon heidendom) dat God één of ander wezen is.' Op grond daarvan werden de joden in het Romeinse Rijk ook 'atheïsten' genoemd, ze 'hadden' geen goden(beelden).' Als ik Hendrikse hier goed beluister, dan vraagt hij er aandacht voor om over God niet zo te spreken als over de goden gebeurt. Van de (heidense) goden is immers wel van 'bestaan' te spreken. Hendrikse gaat echter een hele andere kant uit. Hij beschouwt het als volkomen verkeerd om God te zien als een persoonachtig (reëel bestaand) wezen. Om duidelijk te maken hoe hij God ziet, speelt Exodus 3 een centrale rol. Een verhaal dat nooit zo is gebeurd als wordt verteld, zegt Hendrikse, maar dat een ervaring tot uitdrukking wil brengen. De ervaring van 'Ga maar, dan ga ik met jullie mee' als zijnde de omschrijving van 'Ik ben die Ik ben' (Exodus 3:14). Op die manier alleen wil hij over God spreken: als 'een woord voor onverwoordbare ervaringen'. Zo leest Hendrikse Bijbelverhalen als verhalen van ervaringen. Maar waarom hij dat in het ene geval wel doet, en in het andere geval (bijvoorbeeld het scheppingsverhaal) niet, is mij een raadsel.

Anders
Dat God geen bestaande realiteit is, daar kunnen we het snel met Hendrikse eens zijn. Maar hij blijft een probleem houden, en wel door over onverwoordbare ervaringen te (blijven) spreken die mensen opdoen. Wat je Hendrikse steeds weer hoort zeggen, is dat God niet bestaat, maar gebeurt. 'God gebeurt, als mensen doen wat de bijbel over God zegt. Geen God dus zonder mensen.' Ik zou nog liever zeggen: God bestaat en gebeurt in het verhaal. Doe niet alsof Hij daarbuiten bestaat. Dan komt het ook niet aan op ervaarbaarheid (dat mensen zoveel problemen bezorgt, omdat ze niets van God ervaren), maar op het horen van wat je in dat verhaal als woord van God tegemoet komt. En dan verdwijnt gedachtig Matteüs 7:24-27 en Lucas 6:46-49 ook niet uit het oog dat het in het geloof toch uiteindelijk gaat om het in praktijk brengen (doen) van wat je gehoord hebt.

Ds. Nico Riemersma


Vorige hoofdartikelen kunt u hieronder lezen:

Levensparels (juni 2008)
Vluchten kan niet meer (mei 2008)
Onderweg van Pasen naar Pinksteren (april 2008)
Grenzeloze liefde (maart 2008)
Veertig dagen nog tot Pasen … (februari 2008)
Een kerk van blijvende waarde? (januari 2008)
Dringen bij een lege kribbe… of: De geboorte van de mens (december 2007)
Christelijk geloof in deze tijd (november 2007)
Heer onze Heer, hoe bent U aanwezig? (oktober 2007)
Wat geloven wij eigenlijk? (juni 2007)
Weerbaar en weerloos (maart 2007)
Geef ons heden ons dagelijks brood (februari 2007)
Gemeente rondom het Woord? (januari 2007)
De meest singuliere gave (december 2006)
www.pastoralediensten.nl (november 2006)
Tussen Vredeszondag en Israëlzondag (oktober 2006)
Aan het begin van het nieuwe seizoen (september 2006)
Van Pèsach naar Pasen (juli / augustus 2006)
Nieuw evangelie ontdekt (juni 2006)