De Bosbeskapel

Behorend bij de Protestantse gemeente Den Haag - Zuidwest

Home

Hoe verloopt de kerkdienst op zondagmorgen

Beste lezer, u vindt hier het verloop van een kerkdienst zoals we die momenteel (2022) kennen in de Bosbeskapel. Op deze website vindt u eveneens een uitgebreid document uit 2005 over achtergronden
en geschiedenis van onze kerkdienst, getiteld 'Wegwijs in de eredienst'.

In de Bosbeskapel komen we elke zondagmorgen samen in de kerkzaal die grenst aan de kerktuin en
de Bosbesstraat.

Klik op afbeelding voor vergroting

Klik op afbeelding voor vergroting

Door de ramen zien we aan de ene kant boomtoppen en aan de andere kant de daken van de omringende huizen.
De kerkdienst begint om 10.00 uur. We hebben een commissie van ontvangst die de aanwezigen welkom
heet en ieder op de drempel van de kerkzaal het liturgieblad-met-de-zondagsbrief overhandigt met daarbij
het Liedboek.

Verstillend en inspirerend orgelspel
Wie rond vijf voor tien de kerkzaal betreedt, hoort de organist muziek maken. Het orgelspel wil ons als kerkgangers inspireren en verstillen om de overgang te gaan maken naar de bijzondere 'ruimte' van de kerkdienst.

Klik op afbeelding voor vergroting

Voorin de kerkzaal brandt het licht op de Paaskaars (links). Ook brand op het gedachtenisplateau een
licht (rechts vooraan tegen de muur). Op dit plateau liggen steentjes met de namen van gemeenteleden
die de afgelopen tijd zijn overleden.

Licht aandragen
De gemeentekaars (rechts) staat nog niet op de kandelaar maar op een tafel bij de ingang van de kerkzaal.
Met deze kaars dragen we aan het begin van de kerkdienst licht aan wat het begin markeert van onze
kerkdienst in verbondenheid met allen die samenkomen tot vrede. Daaraan vooraf gaat nog het welkom
door de ouderling-van-dienst waarna we enkele momenten stil zijn. De organist laat haar orgelspel volgen
op de stilte en bij het begin van dit orgelspel gaan de aanwezigen staan. Dit gaan staan is een gebaar
van onze eigen 'binnenkomst' in de kerkdienst: de ontmoeting tussen ons licht en Gods licht.
Het licht wat nu door een gemeentelid aangedragen wordt - meestal door degene die de Bijbellezing doet
(de lector) - symboliseert het levenslicht van de mens dat telkens zoekt om opnieuw verlicht en versterkt
te worden. Degene die het licht aandraagt, zet de gemeentekaars op de kandelaar en gaat naar zijn of
haar plek.

Intochtslied
Nu staan we allemaal gereed om het intochtslied te zingen, het lied wat opnieuw onderstreept dat we
binnenkomen in die bijzondere ontmoetingsruimte van Gods licht en ons licht.

Bemoediging en Drempelgebed
Na het intochtslied volgt de bemoediging en het drempelgebed, uitgesproken door de ouderling van dienst
samen met de gemeente. Op de drempel een bemoediging en een gebed want we talmen misschien nog om
de ontmoetingsruimte binnen te treden. Misschien komt er teveel aan het licht. Misschien houd ik geen stand
in Gods licht. In de bemoediging horen we dat 'Onze hulp is in de Naam van de Heer'. Die naam omvat alle
Bijbelverhalen en juist door die verhalen met elkaar te delen, horen we dat we niet de enigen zijn met
ons lief en leed, onze schade en schande, ons verdriet en onze schuld. Ook horen we dat de hemel - het
geestelijke - en de aarde - het materiŽle - van evenveel waarde zijn. Wat de mens betreft, betekent
dit dat ons hele wezen - lichaam en geest - hier wordt aanvaard, hoog geacht en aangesproken.
In het drempelgebed wordt onze aandacht gericht op de ontmoeting tussen ons licht en Gods licht en
spreken we uit waar we naar uitzien, wat die ontmoeting met ons kan doen of waar ze ons wil brengen.

KyriŽ en Gloria
Dan volgen KyriŽ en Gloria. Het KyriŽgebed en het Glorialied (of loflied) horen bij elkaar. Hier, aan het begin van de samenkomst op zondagmorgen spreken we in een kyriŽgebed met elkaar iets uit van de nood van mensen, of van de aarde of van zaken die ons aan het hart gaan. Die hartszaken, die vaak te maken hebben met emoties, zorgen, schuldgevoelens, verlangens, gemis, kunnen ons blokkeren, ons hart bezwaren, en door er iets van uit te spreken en God te bidden om zich over ons te ontfermen, scheppen we nieuwe ruimte voor ons hart. In het KyriŽgebed benoemen we meer algemeen de nood in de wereld en in ons eigen leven. Het zijn geen voorbeden. Pas later in de kerkdienst, tijdens de voorbeden, bidden we concreet om bijstand en verlichting voor bepaalde mensen of zaken en noemen hun namen. Na het KyriŽgebed, dat ook gezongen kan worden, is er vaak ook weer 'lucht' om te zingen, om jezelf en elkaar boven de 'ellende' uit te tillen en een nieuwe horizon te zien, nieuwe hoop. Dit lied wat we staande zingen aansluitend aan het KyriŽgebed noemen we het Gloria of Glorialied. Er wordt gezegd dat de moeder van alle glorialiederen de engelenzang uit de Kerstnacht is, het Ere zij God. In de Adventtijd en de Veertigdagentijd temperen we enigszins onze lofzang en is er in plaats van het Glorialied een Adventlied of Veertigdagenlied wat we zittend zingen. Pas weer in de Kerstnacht en Paasnacht heffen we het Glorialied aan.

De Bijbel in het midden
Nu wordt de Bijbel vanaf de standaard genomen door de ouderling van dienst en op de lezenaar van de preekstoel gelegd. Voor de aanwezigen is nu duidelijk dat we onze aandacht gaan richten op Gods Woord dat een lamp wil zijn voor onze voet en een licht op ons pad (Psalm 119). Hier rust op de voorganger de taak en verantwoordelijkheid om het woord te doen horen, het uit te leggen en een kern ervan te verkondigen aan de luisterende gemeente. Deze belangrijke interactie wordt benadrukt in de groet die voorganger en gemeente nu met elkaar uitwisselen:
V: De Eeuwige zal met u zijn.
G: Ook met u zal de Eeuwige zijn.
Vervolgens kan de voorganger de Bijbellezing of Schriftlezing inleiden want de meeste gemeenteleden hebben zich niet op de teksten voorbereid en horen ze voor het eerst of horen ze opnieuw na langere of kortere tijd. Een inleiding kan helpen om de oren te spitsen en de aandacht te vergroten. Als er kinderen zijn kan de voorganger een aspect van de Bijbeltekst laagdrempelig toelichten met een verhaal of voorwerp of anderszins. Nu bidt de voorganger of zingt de gemeente een gebed dat past bij het vergroten van de aandacht en ontvankelijkheid voor de Bijbellezing. En dan is het tijd voor ťťn van de hoogtepunten van de kerkdienst: de Schriftlezing door de lector. De voorganger roept de lector op door zijn of haar naam te noemen en uit te nodigen om de Bijbeltekst voor te lezen. Deze heeft zich thuis goed voorbereid en probeert zo rustig mogelijk, duidelijk en goed hoorbaar de teksten voor te lezen. Een goede voorlezing helpt de luisteraar om de beelden van een verhaal voor zich te zien of om de redenering te kunnen volgen. De lector zal er alert op zijn om zelf al lezend de beelden van het verhaal voor zich te zien of zich bewust te zijn de logica van een redenering. Als er twee bijbelteksten gelezen worden, zingt de gemeente tussendoor een lied dat past bij de inhoud van ťťn of beide lezingen. Als afsluiting van de Schriftlezing zingt de gemeente een lied waarin iets doorklinkt van de vreugde dat je samen mocht luisteren naar woorden die een licht op onze weg willen zijn. Liederen waarin Gods Naam lof gezongen wordt, zijn op deze plaats bijzonder passend.

Uitleg en verkondiging
De voorganger krijgt nu de tijd om met woorden en beelden of anderszins de Bijbelteksten uit te leggen, te actualiseren en een kern er uit te lichten en gewicht te geven die bijzonder van toepassing kan zijn voor het leven van vandaag van veel mensen. Uitleg en verkondiging willen mensen raken, de ene keer meer het hart, de andere keer meer het hoofd. En ze willen ook onze handen en voeten in beweging brengen zodat we opnieuw of gesterkt wegen gaan van liefde, van recht en vrede.

Antwoordlied
Als amen of als onderstreping van het amen van de voorganger zingt de gemeente nu een passend lied dat uitleg en verkondiging beaamt, versterkt en/of verder voert.

Collecte en muziek
Nu is het moment om eigen kerkelijke activiteiten en activiteiten over grenzen heen onder de aandacht te brengen en er giften aan te geven. De eerste collecte is meestal diaconaal van aard: hulp aan mensen in nood. De tweede collecte is vaak voor een kerkelijk doel in de eigen gemeente of t.b.v. werk van de landelijke kerk. De collecte is geen (praat)pauze maar gerichtheid op geven om elkaar en voor elkaar. De organist, samen met eventueel een gastmuzikant, maakt muziek om onze gedachten en harten te richten op dit geven om en voor elkaar.

Dank- en voorbeden, stilte, Onze Vader
Niet voor niets beginnen de gebeden met dankbeden. Dankbaarheid is een grote kracht en brengt balans in onze beleving van wat ontvangen wordt en wat we ervaren als noden en tekorten. De dank- en voorbedenintenties worden afgewisseld met korte gezongen responsies, zoals: 'Licht dat terugkomt, hoop die niet sterven wil, vrede die bij ons blijft.' Stilte en het gezamenlijk zingen (Lied 369b) of uitspreken van het Onze Vader sluiten de gebeden af.

Tafelgebed, vredewens, communio, lied
Eens in de maand, meestal op de laatste zondag van de maand, is er een zogenaamde Dienst van Schrift en Tafel. Dat is een kerkdienst waarin we ook het 'heilig Avondmaal' vieren. We delen dan op deze plek in de dienst brood en wijn (communio) voorafgegaan door een Tafelgebed. Als we in Jezus' naam het brood zegenen, breken en delen, dan delen we in gebrokenheid. Dat wil zeggen dat we menselijke gebrokenheid samen willen dragen. We verkondigen ermee dat in Jezus' naam het menselijk lijden draagbaar zal worden. Uit diezelfde liefde voor ons nam Jezus na de maaltijd de beker met de vrucht van de wijnstok, sprak er de dankzegging over uit en gaf hem rond aan zijn leerlingen. Ook wij zijn genodigd om de vrucht van de wijnstok te ontvangen en te drinken. We gedenken daarmee het nieuwe verbond in Jezus' bloed, verzoenend, heel-makend en vreugde-scheppend verbond tussen God en mensen en al wat leeft. Voordat we brood en wijn delen, als afsluiting van het Tafelgebed, wensen we elkaar de vrede van Christus. Een lied of bede of het hier gezongen of gesproken Onze Vader sluit de Tafelviering af.

Wegzending en Zegen
Vaak is in het slotlied al iets verwoord van een opdracht, bede of hernieuwde geest waarmee we de kerk weer uitgaan het dagelijks leven tegemoet. De voorganger sluit daarbij aan met de uitspraak: Ga op weg in vrede. De zegen die nu volgt is niet alleen bedoeld om te ontvangen maar ook om door te geven, met eigen gebaren, woorden en daden. De God die Liefde is zal u zegenen en beschermen. Deze Liefde zal haar stralend Aangezicht over u doen schijnen en u genadig zijn. De Eeuwige God zal zijn Aangezicht naar u toekeren en schenke u vrede. Het Amen wat hierop volgt zingt de gemeente, meestal door 3x amen te zingen. Maar het kan ook met een lied (bv 872, vertaald in het Nederlands).

Klik op afbeelding voor vergroting



Uitgaan van de kerkdienst onder muziek
Bij het uitgaan van de kerkdienst begeleid de organist ons met muziek die ons wil inspireren en aanmoedigen tot liefde, vrede en recht wanneer we weer ingaan in het dagelijks leven.